Klachten en beloop van Uveïtis
Klachten
Een uveïtis kan acuut of langzaam ontstaan. Het verdere beloop van de aandoening kan acuut, chronisch of een herhaling van de ontsteking (recidiverend) zijn.
Vaak klagen uveïtis-patiënten over een vermindering van het zicht van één of beide ogen. Ze zien wazig en hebben last van zwarte vlekjes of slierten in het beeld. Een aantal patiënten kan het licht niet goed verdragen; soms is het oog pijnlijk, rood en traant. Uveïtis kan heel plotseling beginnen met een pijnlijk, rood oog of met zeer geleidelijk waziger zien. Het kan in één oog, in beide ogen tegelijkertijd of afwisselend in één van beide ogen voorkomen.
Bij oogheelkundig onderzoek kan er sprake zijn van: roodheid, ontstekingscellen in het voorste deel van het oog (in extreme gevallen zelfs een wit laagje ontstekingscellen onderin de voorste oogkamer), hoge of lage oogdruk, een troebel hoornvlies, vastzittende (niet op licht reagerende) pupil, staar, troebel glasvocht en allerlei netvliesafwijkingen.
Beloop
Alle vormen van uveïtis kunnen leiden tot een tijdelijke of blijvende vermindering van het gezichtsvermogen. De aandoening kan zeer wisselend verlopen; het kan éénmalig optreden, herhaaldelijk terugkomen, maar ook langdurig aanwezig zijn met afwisselend rustige perioden en perioden waarin het ontstekingsproces toeneemt. De ontsteking kan verschillende delen van het oog beschadigen.
Bekende problemen of complicaties die zich kunnen voordoen bij uveïtis-patiënten zijn:
- hoornvlies-afwijkingen
- staar
- verhoofde oogboldruk
- netvliesschade (treedt vooral op bij een uveïtis posterior)