Onderzoek naar Scheelzien

Op de consultatiebureaus worden de ogen volgens een vast onderzoeksprogramma nagekeken. Wanneer de consultatiebureau-arts twijfelt aan de stand van de ogen of aan de kwaliteit van het zien stuurt hij het kind door naar de oogarts of de orthoptist. De orthoptist kan al bij jonge kinderen onderzoek doen naar de stand en de samenwerking van de ogen. Ook worden de oogbewegingen onderzocht en wordt de gezichtsscherpte indien mogelijk, oog voor oog bepaald. De ogen worden gedruppeld om de brekingsafwijking te bepalen en de oogarts onderzoekt of de ogen gezond zijn.

Deze onderzoeken zijn nodig om te bepalen of er inderdaad sprake is van scheelzien, wat de gevolgen zijn en welke behandeling nodig is