
![]() |
De figuur toont een doorsnede door een oog. In rood het netvlies, dat de binnenbekleding vormt van de oogbal. In blauw het glasvocht dat de achterste oogruimte vult. |
![]() |
Rond het 50e tot 60e levensjaar treden er veranderingen op in het glasvocht. Hierdoor krimpt het glasvocht. |
![]() |
Hierbij ontstaan soms trekkrachten (tractie) aan het netvlies. Deze tractie is dus naar binnen gericht. Door de tractie kan een gat in het netvlies ontstaan. |
![]() |
Door het gat in het netvlies kan vloeibaar glasvocht achter het netvlies komen. Het netvlies komt als behang van de oogwand af. Er is dan sprake van een netvliesloslating. |
