Oorzaken Kleurenzien stoornis

Er zijn verschillende oorzaken voor stoornissen in het kleuren zien. De meest voorkomende oorzaken worden hieronder beschreven:

Erfelijk

De genetische informatie die tot kleurenblindheid leidt wordt van moeder op zoon overgedragen. Omdat vrouwen doorgaans genen bezitten die de afwijking tegengaan, komt de aandoening zelden bij vrouwen voor.

Ongeveer 1 op 12 jongens wordt geboren met enige mate van kleurenblindheid. Dit leidt meestal tot moeite met het juist waarnemen van rood en groen. Het gen dat de afwijking veroorzaakt bepaalt ook of deze mild, matig ernstig of ernstig is.

De mate van ernst blijft het hele leven gelijk. Meestal ziet iemand met een erfelijke vorm van kleurenblindheid verder normaal.

Verworven

Verschillende oogziekten kunnen gepaard gaan met stoornissen in het kleuren zien. Dit komt echter maar weinig voor en is verantwoordelijk voor minder dan 2 procent van alle vormen van kleurenblindheid. Verworven stoornissen in het kleuren zien kunnen zowel het vermogen tot de waarneming van blauw en geel/groen als van rood en geel/groen aantasten. Terwijl rood-groen-kleurenblindheid vaker erfelijk is, zijn blauw-geel/groen-stoornissen vaker verworven.

Het verouderingsproces op zich kan een andere vorm van verworven "kleurenblindheid" met zich meebrengen. Tijdens de kinderjaren en de adolescentie neemt het vermogen kleuren te zien en te waarderen geleidelijk toe en dit vermogen is optimaal als men in de dertig is. Daarna neemt het kleuren zien geleidelijk af als normaal onderdeel van het ouder worden.